Lokale geschiedenis

La Plagne Vallée en été

La Plagne, 7000 jaar geschiedenis

Zoals blijkt uit een graftombe uit het vijfde millennium voor Christus, ontdekt tijdens opgravingen in 1982, is de vallei bewoond sinds het neolithisch tijdperk. Deze is bewaard in de Espace archéologique Pierre Borrione: des pierres et des hommes.

De Romeinen hebben de Ceutron-volkeren (van Keltische oorsprong) onderdrukt, die de vallei een paar eeuwen vóór onze jaartelling bezetten. Hun hoofdstad Axima werd dan “Forum Clauddii ceutronum”, hoofdstad van de Alpes Graies provincie, bestaande uit Tarentaise, Beaufortain, Val d’Arly en Haut Faucigny.  Enkele eeuwen later hebben de bouwers van het jaar duizend hun spoor nagelaten in de stad met de kerk van de priorij Saint Martin, gebouwd op een oude Romeinse burgerlijke basiliek.
In de Middeleeuwen werd de stad bestuurd door de Montmayeur. Aan het einde van de Renaissance verscheen de barokkunst in de nasleep van de contrareformatie die door de katholieke kerk werd gelanceerd om de opkomst van het protestantisme te dwarsbomen. Het Concilie van Trente (1545-1563) plaats de kunst in het hart van de herovering van de zielen: de overvloed aan ornamenten brengt de gelovigen in vervoering, de architectuur trekt de blik in een oneindige werveling naar de hemel..., terwijl fresco's en standbeelden de heilige geschiedenis onderwijzen.  Verschillende kerken en kapellen van het grondgebied maken deel uit de “Chemins du baroque”.  Later, markeert de uitbating van de mijnen van La Plagne in het begin van de jaren 1800 het territorium, meer in het bijzonder op twee sites, La Roche en Plagne 1800.  De sites werden gesloten in 1973.  Gedurende de Tweede Wereldoorlog heeft de Tarentaisevallei zich onderscheiden door de oprichting van maquis- en verzetsbewegingen. Telkenjare, op 15 Augustus heeft te Plagne Centre de herdenking plaats van de dropping van wapens in 1944.

La plagne Vallée en Tarentaise

Een geschiedenis van pioniers

Dokter Pierre Borrione kan beschouwd worden als de maker van La Plagne. Hij had de ambitie de dorpen van de vallei te redden van de ontvolking, door 500 à 600 jobs de creëren in een skioord. Het was inderdaad zo dat de traditionele landbouwactiviteit de jongeren niet meer de mogelijkheid gaf daar te blijven leven. Daarenboven was de mijnbouw, die lange tijd de rijkdom uitmaakte van Macôt in crisis. Dokter Pierre Borrione, de charismatische man die unaniem gerespecteerd werd, bood weerstand; hij was de dokter van het merendeel van de families van het canton. Hij was burgemeester van Aime van 1959 tot 1971 en voorzitter van de intergemeentelijke organisatie. Hij stichtte de Société d’Histoire et d’Archéologie van Aime en het archeologisch museum dat de dag van vandaag zijn naam draagt.
Panorama Plagne centre
Panorama de La Plagne de nuit

Geboorte van een skioord

In april 1960 een verkenning is uitgevoerd door de skikampioen Emile Allais.  Hij is vergezeld door o.a. de Dokter Borrione, Gilbert Vivet-Gros, de ingenieurs van Ponts et Chaussées Vincent Cambau en Marcel Bétemps, en door de lokale skikampioenen Armand Regazzoni en Delphon blanc.  Allen maken de afdaling van de latere skipistes van Biolley en la Grande Rochette.  Twee jaar voordien had de gemeente Aime en zijn burgemeester, dokter Pierre Borrione, de beslissing genomen een vakantieoord op te richten.  In 1960, en op initiatief van de edile van Aime, verenigen zich vier gemeenten (Aime, Bellentre, Macôt en Longefoy) in een intergemeentelijke syndicaat, het Syndicat Intercommunal van La Grande Plagne. (SIGP). De diverse ontwikkelingen van het nieuwe geïntegreerde vakantieoord van La Plagne en van zijn toegangsweg, vangen aan in de lente 1961.  In oktober gaat de eerste promotor failliet.  Het project werd overgenomen Robert Legoux die twee private maatschappijen oprichtte:  de ”Société d'aménagement de La Plagne (SAP)” en de “Société immobilière de la Plagne (SIP)”.  De architect Michel Bezançon wordt erbij gehaald.  Hij stelt zich een skioord voor met een sneeuwfront, ex-nihilo gecreëerd, boven het bos, in de alpenweiden. Het is een model van skioord van de 3e generatie, of “geïntegreerd skioord”.

Plagne Centre, het eerste skioord van La Plagne, opent op vrijdag 22 december 1961, met twee skiliften en vier skipistes.  Gedurende de eerste jaren kwam Emile Allais tussen, als technisch raadgever, en de collectiviteiten kregen staatssteun in het kader van het sneeuwplan (“Plan Neige”) van 1964.  Het skioord Plagne Centre ontwikkelde zich snel en werd gevolgd door de sites van Plagne Bellecôte, van Plagne Aime 2000 en Plagne Villages op het einde van de jaren 60, begin van de jaren 70.  In 1969 verkoos Champagny en Vanoise La Plagne te vervoegen en biedt aan het jonge skioord zijn domein op het zuiden gericht, met een oninneembaar uitzicht op het Vanoisemassief.
In  1970 en 1974 werden de sites van Bellentre met Montchavin en Longefoy met La Plagne Montalbert gecreëerd.  De site van les Coches volgt in 1981, evenals Belle Plagne.  Plagne 1800 opent in 1982.  Plagne Soleil is de laatste site, geopend in 1990.  In 1992, bij gelegenheid van de Olympische Winterspelen van Albertville, verwelkomt La Plagne de bobsleigh- en rodelevenementen, voor wedstrijden gedurende 9 dagen met deelname van meer dan 150 atleten uit 25 landen. In 2008 krijgt le “Paquebot des Neiges”  in Aime 2000 het label “Erfgoed van de XXe eeuw” voor zijn moderne architectuur.